Cholesterol

Wat doet het, hoe kom je eraan, waar heb je het voor nodig?
En wat zijn al die verschillende cholesterol waardes die getest worden?
Na het lezen van dit artikel weet je het antwoord op deze vragen.

Wat de invloed van cholesterol is op aderverkalking en hoe we een te hoog cholesterol kunnen behandelen zal ik een andere keer bespreken.


Wat is vet ?


Laten we beginnen met een term die iedereen wel kent: vet.
De biologische naam voor alle vetten is lipide.
Maar om het overzichtelijk te houden praat ik in de rest van het artikel gewoon over vetten.

Vet is een groep stoffen in ons eten en in ons lichaam.
Deze stoffen hebben met elkaar gemeen, dat ze allemaal slecht oplossen in water. Slecht oplosbare stoffen worden hydrofoob genoemd.                   
De tegenhangers hiervan zijn stoffen die wel goed oplossen in water.
Die noemen we hydrofiel.

Als voorbeeld: Olijfolie lost niet op in water en is dus hydrofoob,
Keukenzout lost goed op in water en is hydrofiel.

hydrofiel en hydrofoob

Er bestaan 3 soorten vetten.
Ze zien er alle drie anders uit en ze hebben alle drie een andere functie in je lichaam.

triglyceride, fosfolipide, cholesterol

Fosfolipiden

  • Zijn nodig voor de aanmaak van celmembranen (de buitenkant van de cel)
  • Nodig voor de aanmaak van isolatie rondom zenuwen

Cholesterol

  • Nodig voor de aanmaak van celmembranen
  • Nodig voor de aanmaak van galzuur (nodig voor de vertering van, juist, vetten)
  • Nodig voor de aanmaak van bepaalde hormonen zoals het stresshormoon cortisol en de geslachtshormonen testosteron en oestrogeen.
  • Onderhoudt de huid.

Triglyceriden

  • Werken als brandstof voor het lichaam. Net als de benzine voor je auto.

Vetten zijn dus erg nuttig en zelfs onmisbaar voor ons lichaam.
Maar zoals bij alles in het leven, te veel ervan is weer niet goed.
Zo is een te hoog cholesterol 1 van de risicofactoren voor het ontstaan van aderverkalking.


Hoe komt je lichaam aan vetten?


Je lichaam heeft 2 manieren om aan vetten te komen:
Via je voeding en door het zelf te maken.

Vetten binnenkrijgen via je voeding

Ook wel genoemd de exogene weg.
Veruit het grootste deel van de vetten in je voeding bestaat uit triglyceriden.
Maar een klein deel van de vetten bestaat uit cholesterol en fosfolipiden.

De vetten uit je voedsel kunnen niet zomaar rechtstreeks naar de cellen in je lichaam.  
Hiervoor moeten de vetten eerst vanuit je darm in je bloed zien te komen.
Dan pas kunnen ze via het bloed naar de cellen gebracht worden.  
Dit gaat als volgt:

  1. Uit je darm naar je bloed.
    Om de vetten uit je darm in je bloed te krijgen, moeten de ze eerst in kleine stukjes worden gehakt.
    Vetten in je eten zijn namelijk veel te groot om zo via de darmwand naar je bloed te kunnen gaan.
    De vetten worden kleiner gemaakt door spijsverteringssappen als lipase (gemaakt door de alvleesklier) en galzuur (gemaakt door de lever)
  2. Transport via het bloed
    De nu kleine vetstukjes kunnen wel via de darmwand naar het bloed.
    De volgende stap is dat de vetstukjes naar de cellen in de rest van het lichaam gaan.
    Dat kan niet zomaar via het bloed.
    Bloed bestaat voor een groot deel uit water. Ondertussen weten we dat vetten niet oplossen in water, dus ook niet in bloed.
    Daarom worden de vetten eerst in speciale vetvrachtwagens geladen, genaamd chylomicronen.
    Deze vrachtwagens brengen de vetten via het bloed naar alle cellen in je lichaam.
  3. Lossen van lading
    Als de vrachtwagens aan zijn gekomen bij de cellen lossen ze hun lading. Nu kunnen de cellen de vetten gebruiken voor verbranding, de aanmaak van celmembranen etc.
chylomicron

Vetten verkrijgen door ze zelf te maken

Ook wel genoemd de endogene weg.
Je lichaam is voor vetten niet afhankelijk van voedsel alleen. Je lichaam kan ze ook zelf maken.

Triglyceriden
Als je meer eet dan je op dat moment nodig hebt, gaat je lichaam hamsteren. Het eten opslaan voor tijden waarin er misschien minder eten is.
De grootste opslagruimte in je lichaam is je vetweefsel.
Hierin kan, zoals de naam al zegt, alleen vet worden opgeslagen.
Andere onderdelen van je voedsel, zoals koolhydraten en eiwitten kunnen hier niet in opgeslagen worden.
Daarom zet je lichaam eerst het overschot aan eten (koolhydraten en eiwitten) om in vet.
Dit gebeurt in de lever.
Het gemaakte vet kan nu opgeslagen worden in het vetweefsel.

triglyceriden vetopslag


Cholesterol en fosfolipiden
Ook deze twee worden door je lever gemaakt.
Dat is het belangrijkste om te onthouden.
Het is een ingewikkeld proces waarvan ik de details niet zal bespreken.

Mocht je hier dieper in willen duiken, dan kan ik een Engelstalige YouTube filmpje gemaakt door een internist in opleiding van harte aanbevelen.
De link naar dit filmpje is onderaan deze pagina te vinden.


Verschillende soorten cholesterol


Net als vanaf de darmen worden ook de zelf gemaakte vetten, rondgebracht met vrachtwagens.
De verzamelnaam van al deze vet-vrachtwagens is lipoprotëines.
Zoals de naam al zegt bestaan deze vrachtwagens uit 2 delen: een lipide en een protëine. Oftewel vetten en eiwitten.

Er zijn 5 verschillende vet-vrachtwagens (lipoprotëines).
Eén daarvan hebben we al besproken, de chylomicronen.
De andere 4 komen misschien ook bekend voor.
Het zijn de waardes die je krijgt bij een cholesterol controle.

cholesterol

LDL

Low Density Lipoprotein
Deze vrachtwagen (lipoprotëine) brengt het cholesterol rond naar de cellen in je lichaam.
Nadat het cholesterol is afgegeven, gaat de nu lege LDL vrachtwagen terug naar de lever.
Daar kunnen er twee dingen gebeuren.
1. Het LDL wordt hergebruikt als vrachtwagen 
2. Het LDL wordt gebruik om galzuren te maken.
Het LDL wordt ook wel het slechte cholesterol genoemd. Te veel LDL zorgt voor aderverkalking.

HDL

High Density Lipoprotein
HDL wordt door de lever gemaakt als lege vrachtwagen. Het heeft de taak het te veel aan cholesterol op te halen bij de cellen en terug te brengen naar de lever. Het omgekeerde dus van de LDL vrachtwagen.
Het HDL wordt het goede cholesterol genoemd.

Chylomicron

Deze zijn we eerder tegengekomen; de vrachtwagens die vetten van de darmen naar de cellen brengen.

vLDL

very Low Density Lipoprotein
Dit deeltje heeft als belangrijkste functie triglyceriden van de lever naar de cellen te brengen. Bij de cellen geeft het zijn triglyceriden af. Na deze afgifte heet het niet meer vLDL maar IDL.

IDL

Intermediate Density Lipoprotein
Het deeltje dat overblijft nadat vLDL de triglyceriden heeft afgegeven.


Hoe zit het met eten, vet en cholesterol?


Als je voedsel eet met cholesterol, gaat het cholesterol niveau in je bloed omhoog.
Je lichaam reageert hierop door zelf minder cholesterol te maken
Dit heet een negatief feedback mechanisme.  
Hierdoor zijn de schommelingen in cholesterol levels in je bloed niet al te groot, ongeveer 15%.

Een grotere stijging van het cholesterol niveau in je bloed ontstaat als je veel verzadigd vet eet.
De stijging kan nu wel 15-25% zijn.

Na het eten van voeding met onverzadigd vet daalt het cholesterol gehalte in je bloed juist licht.
Dit betekent niet dat voeding met heel veel onverzadigd vet alleen maar goed is.
Je cholesterol gehalte daalt wel, maar onverzadigd vet bevat nog steeds veel calorieën.
En van te veel calorieën kun je alsnog dik worden.

Dit voedsel bevat veel cholesterol

  • eidooier
  • (orgaan)vlees
  • Paling
  • Garnalen
  • Schelpdieren

Dit voedsel bevat veel verzadigd vet

  • “hard vet”. Vet dat bij kamertemperatuur hard is.
  • Volle zuivel
  • Vet vlees, worst
  • Chocolade, koekjes
  • Zoutjes, kaasstengels

Dit voedsel bevat veel onverzadigd vet

  • Vloeibare bakproducten
  • Noten
  • Vette vis

Waarom zou ik mijn cholesterol willen weten?


Een te hoog cholesterol (vooral LDL) geeft een grotere kans op aderverkalking.
Het probleem is, een te hoog cholesterol kun je niet voelen.
Je hebt er geen klachten van.
De eerste klachten van een te hoog cholesterol zijn vaak de gevolgen hiervan: bijvoorbeeld een hartinfarct als gevolg van aderverkalking

Het is niet zo dat alleen cholesterol de boosdoener is van aderverkalking. Deze ziekte heeft veel verschillende oorzaken, maar daarover een andere keer meer.

cholesterol meten

Je cholesterol niveau wordt gemeten in je bloed.

Het is een simpele test die bijvoorbeeld via de huisarts gedaan kan worden. Ik adviseer je cholesterol te laten controleren als:

  • Je ouder bent dan 50 jaar
  • Als er hart- en vaatziekten in je familie voorkomen.
    En dan gaat het niet om een verre oom die op zijn 80ste overleed aan een hartinfarct.
    Het gaat om eerstelijns familieleden (vader, moeder, broers, zussen, kinderen) met hartproblemen op jongere leeftijd. (Mannen jonger dan 55 jaar en vrouwen jonger dan 65 jaar)

Als je cholesterol inderdaad te hoog is, kan het op veel manieren naar een gezonder niveau gebracht worden.  
Betere voeding, genoeg bewegen en eventueel medicijnen.

Normale cholesterol waardes

Totaal cholesterolonder de 5 mmol/l
LDLonder de 3 mmol/l
Triglyceridenonder de 2 mmol/l
HDLboven de 1 mmol/l

Let wel, deze waardes geleden voor mensen die nog geen duidelijke aderverkalking hebben.
Als je een hartinfarct hebt gehad, en dus bewezen gevoelig bent voor aderverkalking, gelden er strengere grenzen.
Voor het LDL geldt dan niet meer de afkapwaarde van 3,0 maar van 1,8 mmol/l


Tot zover mijn uitleg over cholesterol.
Wil je meer weten over je hart, hoe het werkt, ziektes van het hart en nog veel meer?
Abonneer je dan op deze site door hieronder je E-mailadres in de vullen.
Je ontvangt dan een bericht als er weer iets nieuws op de site staat.


Zoals ik beloofd had voor de mensen die echt het naadje van de kous willen weten: het filmpje over het gehele vet proces in je lichaam.